Vandaag ben ik bezig geweest met de voorbereidingen van een studiedag voor leerkrachten over hoogbegaafdheid. Uiteraard begin ik dan met uitleggen wat hoogbegaafdheid precies inhoudt en hoe je het herkent. Ook geef ik voorbeelden van hoogbegaafde kinderen waarmee het mis liep in het onderwijs. Maar uiteindelijk draait het natuurlijk om de vraag: hoe zorg je binnen het onderwijs dat hoogbegaafde leerlingen zich prettig voelen en hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen ?
Want helaas lopen veel hoogbegaafde leerlingen vast in het onderwijs. Ze gaan onderpresteren, ontwikkelen faalangst of krijgen gedragsproblemen. Om dit te voorkomen is aanpassing van de lesstof van groot belang. Hiermee zorg je ervoor dat de leerling zo gemotiveerd mogelijk blijft. Aanpassing van het onderwijsaanbod kan op een aantal verschillende manieren: verrijken, versnellen & compacten van de lesstof. In deze blog wil ik je wat meer vertellen over verrijken. Want 'verrijken' klinkt wel mooi, maar hoe doe je het?
Verrijken kan op twee manieren: door de lesstof te verdiepen of door de lesstof te verbreden. Met verdiepende verrijkingsstof doet een kind meer kennis en vaardigheden op over onderwerpen die tot het reguliere aanbod behoren, zoals bijvoorbeeld projecten over een onderwerp dat in de methode wordt behandeld, Somplex (rekenen maar dan anders) of een extra spreekbeurt. Verbredende verrijkingsstof is aanvullend op de kerndoelen. De onderwerpen die aan de orde komen of de dingen die het kind leert, wijken qua inhoud echt af van de normale lesstof. Je kunt hierbij denken aan het leren van een vreemde taal zoals Spaans of Russisch, leren programmeren of werken met ingewikkeld constructiemateriaal zoals Lego Minstorm. Als je wilt dat de verrijkingsstof ook echt positief werkt, houd dan rekening met een aantal aandachtspunten.
Het is belangrijk om een hoogbegaafd kind niet meer, maar andere lesstof aan te bieden. Je kunt je voorstellen dat het niet motiverend is als jij een extra werkblad moet maken met sommen waarvan de rest van de klas er veel minder hoeft te doen. Bovendien: een hoogbegaafd kind heeft sowieso maar 3/5 van de stof nodig om hetzelfde op te pikken als andere kinderen. Meer van hetzelfde is dus veel te saai en saai leidt vaak tot demotivatie en onderpresteren.
Plusopdrachten in methoden zijn zelden echt moeilijker of wezenlijk anders. Zoek je verrijkingsstof dus buiten de methode. Ga op zoek naar verrijkingsmateriaal dat echt uitdagend is, nieuwsgierigheid opwekt en het kind enthousiast kan maken. Kijk bijvoorbeeld eens in de leermiddelenlijst van SLO voor aanvullende materialen. Maar natuurlijk kun je verrijkingsmateriaal ook zelf maken. In een volgende blog vertel ik je waar je op moet letten als je dat inderdaad gaat doen. Nu nog even verder met de algemene aandachtspunten voor verrijken.
Kies een vorm van verrijking die past bij het kind, samen met het kind. De meest spetterende opdrachten verliezen hun motiverende waarde als ze niet aansluiten bij de belangstelling of de capaciteiten van de leerling. Neem daarom de tijd om met het kind zelf te zoeken naar wat bij hem of haar past.
Ook hoogbegaafde leerlingen met leerproblemen (bijvoorbeeld dyslexie) hebben verrijkingsmateriaal nodig. Als zij alle beschikbare tijd zouden moeten besteden aan het 'wegtrainen' van hun leerprobleem, krijgen zij niet de cognitieve uitdaging die alle hoogbegaafde kinderen nodig hebben. Natuurlijk hou je bij de keuze van het verrijkingsmateriaal wel rekening met het leerprobleem. Een kind met dyslexie geef je liever een uitdagende doe-opdracht dan dat je het vraagt een werkstuk te schrijven.
Bouw liever stap voor stap een afgewogen verrijkingsaanbod op, dan in de wilde weg te beginnen met het aanbieden van extra opdrachten. Te snel te veel willen levert teleurstelling op, zowel bij jezelf als bij de leerling. Verrijkingsopdrachten die niet passen bij de leerling of niet van het juiste niveau zijn, werken demotivatie in de hand. En je was nu juist op zoek naar motivatie!
En tenslotte: bedenk hoe je de verrijking wilt aanbieden. Je kunt verrijkingsstof een structureel onderdeel maken van je leerstofaanbod. Bijvoorbeeld door het aan de slimste 15% van je klas aan te bieden of door uitdagende opdrachten op te nemen in de weektaken. Een andere manier van structureel verrijking aanbieden is door het instellen van een plusklas binnen de school. Je kunt er ook voor kiezen om een soort 'koektrommel' met verrijkingsopdrachten binnen handbereik te hebben. Heeft het kind lekkere trek, dan haal je een opdracht tevoorschijn. Het nadeel hiervan ligt een beetje in de lijn van een echte koektrommel: nu en dan een koekje is lekker, maar altijd alleen maar koek is ongezond en gaat vervelen.
Heb jij leerlingen in je klas of op je school die gebaat zouden kunnen zijn bij verrijkingsstof? Als dat het geval is: hou dan deze weblog in de gaten! Mijn volgende artikel geeft je tips om van min of meer reguliere lesstof zelf verrijkingsmateriaal te kunnen maken. Vul links boven je emailadres in en ontvang een berichtje wanneer het nieuwste artikel er is!